In deze reeks columns geven we het woord aan directie en managers van Royal FloraHolland. Deze keer vertelt Stefanie Miltenburg, manager Public Affairs, over het Convenant Energietransitie.

De glastuinbouw wil verduurzamen en dus van het gas af. Met het oog op klimaatverandering en de opwarming van de aarde is dit noodzakelijk. De kans is best groot dat de energieprijzen nooit meer terugkeren naar het niveau van een paar jaar geleden. Sommige deskundigen achten dat zelfs uitgesloten.

Gelet op de extreem hoge energieprijzen is het daarom voor glastuinders noodzakelijk om over te stappen naar duurzame bronnen voor verwarming en verlichting van de kassen. Bedrijfseconomisch gezien is de situatie van dit moment op wat langere termijn dan ook niet houdbaar. Vanuit de afdeling Public Affairs hebben we in de afgelopen periode onder aanvoering van Glastuinbouw Nederland ons ingezet voor een pakket aan maatregelen om de sector op de been te houden. We hoopten op steun van het kabinet voor de korte termijn. Dat is maar ten dele gelukt. Daarnaast hebben we ingezet op support van de overheid bij de overgang naar duurzame energievoorziening.

Reisgids richting 2030

Tegen deze achtergrond heeft de sector, vertegenwoordigt door Glastuinbouw Nederland en Greenports Nederland, op woensdag 30 november jl. het convenant Energietransitie Glastuinbouw gesloten met de overheid. Namens het kabinet tekenden minister Piet Adema van Landbouw, minister Rob Jetten van Klimaat en Energie en Marnix van Rij staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst. Ik noem bewust alle bewindslieden bij naam en functie, want het is best bijzonder dat drie kabinetsleden komen tekenen. Het is echter ook heel belangrijk, want voor een succesvolle aanpak heeft onze sector ze alle drie hard nodig.

Het convenant kun je zien als een set van afspraken die je met elkaar maakt en waar je op kan terugvallen als een van de partijen die afspraken niet nakomt. Je legt ook met elkaar vast dat je samenwerkt en hoe je dat in de gaten houdt. Dit convenant loopt tot 2030. Eigenlijk kun je het zien als een reisgids richting dat jaar. Tegen die tijd kijken sector en overheid wat er moet gebeuren richting 2040. De ambitie voor 2040 is om zowel klimaatneutraal als economisch rendabel te zijn.
Een convenant is geen contract. Deelname is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Als sector moeten we dit zien als een kans om in samenwerking met en waar nodig met steun van de overheid onze doelstellingen te realiseren. Want alleen gaat het ons niet lukken.

Individueel systeem

Om de klimaatdoelen te halen zet het kabinet vol in op het terugdringen van CO2-uitstoot. Voor kwekers is een belangrijke verandering in de aanpak de overgang naar een individueel systeem van CO2-beprijzing waar het tot dit moment een collectief systeem is. Dat betekent dat niemand zich meer kan verschuilen achter de brede rug van de sector.

Kern van de in het convenant geschetste aanpak is om de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen af te bouwen door inzet van energiebesparing, duurzame alternatieven en alternatieve CO2-voorziening. Het gaat dus zowel om energietransitie als energiebesparing. Het mooie daarvan is dat er wordt gezocht naar een balans tussen stimulering, beprijzing en normering. Heel belangrijk vind ik dat in het convenant ook is vastgelegd dat er voldoende economisch perspectief voor ondernemers moet zijn en dat de overheid erkent dat er sprake dient te zijn van consistentie en voorspelbaarheid van beleid. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk wil het daar nog wel eens aan ontbreken.

Fossielvrije teeltconcepten

Nu al werken we als sector samen met het ministerie van Landbouw in het Programma ‘Kas als Energiebron’. Doel is om in 2025 voor alle gewasgroepen fossielvrije teeltconcepten te hebben ontwikkeld die toepasbaar zijn bij nieuwbouw. Binnen dit programma wordt breed gekeken naar duurzame energietoepassingen en efficiënt gebruik van CO2, waaronder aardwarmte, aquathermie, zonthermie, kaswarmteterugwinning, warmte- en koudeopslag (WKO) en all-electric concepten voor warmtevoorziening zoals warmtepompen en E-boilers. Het zijn stuk voor stuk innovatieve toepassingen die een bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van de sector en het bovendien mogelijk maken dat de teelt van bloemen en planten rendabel is. Dit is hard nodig om kwekers toekomstperspectief te bieden.

Gerelateerd nieuws